Taalkeuze

De toekomst van recyclingbedrijven

01 december 2011

De toekomst van recyclingbedrijven

Gisteravond hield ik een lezing voor de ledenvergadering van branche-organisatie BRBS Recycling. Die viel in goede aarde. De recyclingbedrijven staan onder druk. Marktvolumes zijn in twee jaar tijd 30% gedaald. Dat komt o.a. doordat de overheid lage tarieven hanteert voor het verbranden van afval. Zij heeft ook het voornemen om de stortbelasting af te schaffen. Daarmee maakt de overheid storten en verbranden aantrekkelijker, ook al verdient recycling vanuit milieuoogpunt de voorkeur.

Op korte termijn komt het gevaar voor recyclingbedrijven van de overheid. Maar op middellange termijn zal hun toekomst eerder afhangen van het vermogen om zich aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen. Na 2015 zullen hoeveelheden afval stabiliseren of zelfs krimpen. Niet omdat dat afval naar verbrandingsinstallaties gaat, maar omdat  bedrijven kringlopen willen sluiten en dus minder afval aanbieden. De biobased economy komt er aan. Steeds meer bedrijven formuleren zero waste doelstellingen. Er is geen wet die hen daartoe verplicht. Ze doen het vrijwillig. Komt de toekomst van recyclingbedrijven daarmee op het spel te staan? Of is het juist een kans?

Beslissend is of de recyclingbranche erin slaagt om het business-model te vernieuwen en zichzelf te herpositioneren. Vooral samenwerking met ketenpartners is van belang. Bedrijven die kringlopen willen sluiten, hebben bijvoorbeeld baat bij de kennis en technologie die in de recyclingbranche aanwezig is. Recyclingbedrijven kunnen meedenken in de ontwerpfase van nieuwe producten en adviseren hoe je datgene wat je ín een product stopt er aan het einde weer het best uít kunt halen om te hergebruiken. Er zal ook steeds meer behoefte ontstaan aan hergebruik- of materialenbanken die vraag en aanbod van secundaire grondstofstromen bij elkaar brengen. De recyclingbranche kan de regie daarvan in handen nemen door op de secundaire grondstoffenrotonde het verkeer en de logistiek te regelen.  Dat gebeurt trouwens ook nu al. Maar deze ontwikkeling zal komende jaren een hogere vlucht nemen.    

De veranderingen die plaatsvinden, zijn markt gedreven en onderdeel van de transitie naar het tijdperk van duurzaamheid.  De overheid kan deze ontwikkeling faciliteren. Hoe? Ten eerste door bedrijven te verplichten om een bepaald percentage secundaire grondstoffen te (her)gebruiken in hun producten. Ten tweede door producten te voorzien van een grondstoffenpaspoort. Dit is een soort etiket dat bijvoorbeeld vermeldt hoeveel natuurlijke grondstoffen aan het milieu zijn onttrokken of gerecyclede materialen zijn gebruikt om het betreffende product te maken.  Dat biedt transparantie en vergemakkelijkt duurzame keuzes door consumenten en zakelijke klanten. Ten derde kan de overheid een BOW-tarief op producten instellen. Een wat?  BOW staat voor  Bruto Onttrokken Waarde. Hoe meer natuurlijke grondstoffen voor een product aan het milieu zijn onttrokken, hoe hoger het tarief. De BOW kan fungeren als stimulans om het hergebruikpercentage in producten te verhogen.

Herman Verhagen

Herman Verhagen
Herman Verhagen

Bij Good Company kan ik de kansrijke kant van duurzame ontwikkeling naar boven halen zonder de bedreigingen weg te moffelen. Het onbenutte marktpotentieel van duurzame ontwikkeling is enorm. Het is een triljoenenmarkt!

Strategisch partner

Wilt u ook onze nieuwsbrief ontvangen? Meld u dan hier aan.

Inschrijving nieuwsbrief
Uitschrijven nieuwsbrief

Good Company
Mecklenburglaan 23
3061 BB Rotterdam
T: +31 (0)6 28639661
E: info@goodcompany.nl